Cornwerd en de schans bij Sotterum
 

Cornwerd en de schans bij Sotterum


Detail kadastrale kaart 1886  foto: 47065 Sotterum

 

Om de situatie goed te begrijpen moet men weten, dat de rijweg boven op de zeedijk was
en niet zoals later aan de voet van de zeedijk

Bij Sotterum was dus een eenvoudige op- en afrit

 

 

 


 

Water op de kaart, naast de Tjeerdemapleats is hier veranderd in een beginnend boomgaardje

    
 

Hoe klein Cornwerd mag zijn, 't heeft zijn geschiedenis en zijn voorsteden.


Tot de laatsten behoren Sotterum en 't Houw. In het Fries Museum zagen we dezer dagen een fraaie gouden draagpenning ter ere van Vaandrig Hidde Sibrants op het behoud van de schans te Sotterum, daterend uit 1580. Zou dit hetzelfde Sotterum zijn?
Ook bij Schettens ligt n.l. een buurtschap Sotterum en een stuk land, dat nog altijd ''het fort" heet (bij Tjalke Schuurmans) (1).

Bij Weerstra en Tjeerdema zwaaien we de reed op (heet deze nog altijd Baaijenkamp, zoals op onze kaart staat?) voor een bezoekje aan boer Mensonides op de trotse plaats "de Eenhoorn" in de Engwierderpolder (2).
Op deze plaats komen we nog wel eens terug hopen we. Er bestaan interessante papieren over, momenteel ter inzage bij de heer Popma directeur van de Hollandia N.V., die in zijn functie als voogd van de Hendrik Nannesstichting er wel belang bij zal hebben. Immers op een bekertje in ''het huis'' komt naar wij menen ook een "Eenhoorn" voor.

Evenals de reed naar Jochem de Jong, die we volledigheidshalve ook even fietsen, lopen we hier bij ''de Eenhoorn" vast. Daarom moeten we weer terug naar de zeedijk om in Cornwerd zelf te belanden. A. Bangma heeft geboft. Hij heeft een onbewoonbaar verklaard huis op de kop getikt en er een pracht van een bergplaats van gemaakt. Bakker Folkerts heeft het (goed teken) te druk met zijn brood en boltsjes om nog langer het correspondentschap voor ons blad waar te nemen, zodat we ook hier een nieuw contact moeten leggen.


 
Detail kadastrale kaart 1886  foto:47064 Cornwerd
  Vanouds is Cornwerd iets groter dan Skuzum, al geldt dat thans niet meer. Het had vroeger nl. 15 (2 meer dan Skuzum) stemhebbende plaatsen. Ook had het vroeger een eigen 'pastor' en schooldienaar, maar op 18 oktober 1671 kregen de ingezetenen van Cornwerd reeds toestemming van hun college hun pastorie te verkopen. Ruim een eeuw later (23 okt. 1774) ondergingen de pastoralia hetzelfde lot. De (oude zadeldak) kerk kreeg in 1770 nog een nieuw kapwerk. De aanbesteding had op 4 oktober van dat jaar plaats ten huize van ontvanger Jilger Gosliga. Tegelijkertijd werden toen 12 roeden oude leien verkocht. Over de rechten en plichten van de schoolmeester van voor ruim 100 jaar vertelt ons een vergeelde advertentie uit het jaar 1847 waarin wij het volgende lezen:

"Grietman en Assessoren van Wonseradeel. Noodigen bij deze uit de Onderwijzers, van ten minsten de 3 rang, welke genegen zijn te dingen naar de vacante Onderwijzerspost te Cornwerd, om zich tot dat einde schriftelijk en vrachtvrij, met overlegging van de acte van rang, getuigschriften van goed gedrag en praktikaal onderwijs aan te melden ter Secretaris van Wonseradeel te Bolsward, v��r den 20 April e.k. (3).

De voordelen aan deze betrekking verbonden, bestaan in: een vast traktement van f 100 uit de Kerkebeurs en f 50 uit de Grietenijkas, de opkomsten van 2 bunder 84 roeden schoolland, de schoolgelden van omstreeks 25 kinderen ad 30 Cents in het vierendeel jaars, het vrije gebruik van de Schoolwoning, benevens 25 tonnen harde turf voor School- en Kerkgebruik en f 5 voor het oppassen der Klok; terwijl tevens de betrekking van Koster en Voorzanger, voor beloning uit de Kerkebeurs moet worden waargenomen. De dag van het vergelijkend Examen zal na den 20 April worden medegedeeld".

 

Gaan we nog verder in de historie terug, dan lezen we in een kroniek:

"Omtrent het jaar 1318 kwamen de West-friezen hier dikwijls met kleine vaartuigen over 't Vlie, toen nog een enige passage, daar alles wat hun voorkwam, plunderende en verwoestende, doch werden, door goed beleid der geslagten van Aylva en Hettinga, eindelijk zo wel afgewezen, dat zij niet weder kwamen" (4).

We moeten naar huis en kiezen de Haaijumerlaan en rijden zo tussen de aloude Houwpolder (links) en de Hiddumerpolder (rechts, hoewel ''Hiddum'' zelf weer links ligt). Met boer Rienk Nadema maken we nog even een praatje in de jister. Met onze regenjas aan moeten we oppassen voor ��n van de koebeesten, want� die heeft het niet op vrouwen staan en het gehoornde dier zou zich een kunnen vergissen. Als het wit voor de ogen wordt gedraaid, loodst Nadema ons weer veilig en wel op de verharde weg.
Van geen hond gebeten. Van geen koe op de hoorns genomen, zoeken we onze weg naar de Gysbertstad. Het drukke verkeer op de Rijksweg vormt wel een flagrante tegenstelling met de rust die we proefden op onze fietstocht langs Allingawier, Skuzum, Piaam en Cornwerd. Makkum noemen we maar niet in deze rij. Over deze plaats klonk het lied van de arbeid, zoals de roffelende klinkhamers op de werf van Amels dit deden schallen. Als we het goed hebben begrepen, is hier de kiel gelegd van het grootste schip, dat hier ooit werd gebouwd (5).

Deel van een artikel uit het Bolswards Nieuwsblad. Vermoedelijk geschreven door hoofdredacteur De Jong. Hij publiceerde vergelijkbare artikelen in het BN naar aanleiding van fietstochtjes die hij samen met zijn echtgenote maakte in de omgeving. Voor de datering zie voetnoot 4, gezien de in het volledige artikel voorkomende namen en gebeurtenissen lijkt 1952 aannemelijk.

 

Noten:
(1) Dit betreft Sotterum bij Cornwerd. Tijdens de 80 jarige oorlog werd door de Staatse troepen in de winter van 1580-1581 bij Sotterum tegen de zeedijk een schans opgeworpen gericht op de bezetting van Makkum. De Spaanse troepen hadden onder aanvoering van Rennenberg de gehele Friese zuidwesthoek onder de voet gelopen en de Makkumer schans ingenomen om van daar uit Bolsward te belegeren. Terwijl schepen voor de kust patrouilleerden om de Spanjaarden te beletten uitvallen te doen of versterkingen aan te voeren werd in allerijl een schans opgeworpen. Dit was het werk van grietman Jancke Osinga, die de boeren uit de omgeving gelastte mee te werken aan de bouw van de Sotterumer schans. Met succes werden de Spaanse aanvallen uit Makkum afgeslagen. De strijd duurde twee tot drie weken en toen slaagden de Staatse troepen er in om Makkum in te nemen. De Sotterumer schans werd afgebroken en de goederen naar Makkum overgebracht om daar de schans te versterken. 

De schans op Sotterum had dus maar een kort bestaan. In de Friesche Volksalmanak voor het jaar 1890 schrijft Wumkes: �In 1580 had het Staatse garnizoen in de schans bij Sotterum onder Cornwerd de nabijgelegen woning van Sierck Lieuwes in brand gestoken in een poging een aanval van Spaansgezinde troepen op die schans af te slaan. Deze opzet slaagde volledig: de vijand droop af en het kordate optreden van de commandant werd beloond met een gouden penning�.

Sierck Lieuwes zat echter met een schade van meer dan 3000 goudgulden en eiste schadevergoeding.  De schans bij Sotterum was namelijk opgeworpen bij het reeds bestaande huis van Sierck, die derhalve niets verweten kon worden en daarom alle recht had om de schade op het gewest te verhalen. Hoewel hij er langer dan dertig jaar op moest wachten, werd deze volledig uit de landskas vergoed (Prov. Archief).

Wumkes schrijft ook over een zijl te Sotterum; �strekkende de Sylroede van daer, naer de Sillaerdermeer, Wonseravaert (Melkvaart), deur de Golde (Makkumer- of Koudemeer) naer Bolswardt� (Wumkes 1890).
Bij een zijl moeten we denken aan een eenvoudige waterafvoer. Bij laag water in de Zuiderzee kon overtollig binnenwater worden geloosd.

(2) De Engwierderpolder is de drooggemaakte Silaardermeer. De naam Baaijenkamp is mij onbekend, bedoeld wordt het huidige Boeienkamp, oudere namen zijn ook: Bonjecamp (1698), Boyenkamp of Boijenkamp (1832)

(3) Tot de verplaatsing naar Witmarsum in 1880 was het gemeentehuis van Wonseradeel gevestigd in Bolsward en stond tegenover het stadhuis aldaar.

(4) "Zij beroofden Makkum, Kornwert, en eenige na bij geleegene gehugten, en pleegden veele moedwilligheden. Dan zij genooten daar ook de welverdiende straffe voor. De Edelen VAN AYLVA en HATTINGO, dien roofzugtigen inval vernoomen hebbende, bragten, in alle mooglijke stilte, een goed deel volks op de been, en overvielen daar mede de sorglooze plonderaars, met zo veel woede, dat de meesten in de pan gehakt, en de overigen op de vlugt werden gejaagd.
De laatsten werd, egter, de tijd niet gegund, om hunne Schepen, die te Makkum lagen, te bereiken, wordende verre het meeste deel insgelijks omgebragt. Zij, die op de Schepen waren, dit onheil verstaande, haalden de Zeilen op om Zee te kiezen; dan zij, van wegen de stilte, geen voortgang konnende maken, werden van de Friezen agterhaald en in Zee geworpen. Met die zelfde Schepen voeren de Friezen naar Medemblik en Enkhuizen, en maakten het aldaar niet beter, dan de Westfriezen te Makkum gedaan hadden. Bij het te rug komen schonken zij de Schepen aan die van Stavoren" (Vaderlandsch Woordenboek, Jacobus Kok, 1795).

(5) De eerste coaster en daarmee het grootste schip tot dan gebouwd was het ms Makkum, kiellegging 3 maart 1952. In grote overtroffen door de Balticborg, kiellegging 8 maart 1957 en daarna door het gts Geestland, kiellegging 21 april 1959.

2011, O. Gielstra, Makkum

 

Vorige pagina