- Website Histoarysk Wurkferb‚n WŻnseradiel

Onze jongens in IndiŽ, 1945 - 1948


Inleiding:
Ook na de WO II was de vrede nog niet  teruggekeerd voor de Nederlanders. Ned. IndiŽ  was dan wel bevrijd van de Jappen, maar  Nederland had nu te maken met vrijheidsstrijders  van de eigen Indische bevolking die bevrijd wilden  worden van Nederlandse overheersing.
Er werden dan ook vrijwilligers gevraagd in  Nederland die deze vrijheidsdrang in IndiŽ een halt  toe moesten  roepen om het gezag van Nederland  in IndiŽ te herstellen. 
Vele jongemannen gaven zich hier voor op, zo ook  een aantal uit Gaast. Volgens het dorpsboek weten  we dat het Dooitze A. de Boer, Johannes D. de  Boer, Jaring Bijlsma, Willem J. Hengst, Jogchum D.  Smink, Folkert de Witte, Auke de Witte, Sipke de  Witte, Sytse de Witte en Oene Oenema waren.  Allen zijn volgens het boek in 1948 behouden  teruggekeerd. Terwijl er van hun Regiment 1.9 Ė  R.I. Bataljon Friesland 30 soldaten zijn gesneuveld.
Door onderzoek naar gegevens over meester  Bakker zijn we in contact gekomen met zijn zoon  Henk en van hem kregen we brieven, die door  Folkert de Witte zijn geschreven en verstuurd naar  meester Bakker. Deze brieven, geschreven op roze  velletjes, geven  informatie over de reis en het  verblijf in IndiŽ met al zijn moeilijke, maar ook mooie  momenten en hierin heeft Folkert een duidelijke  mening van het gebeuren.
In 2012 heeft een zoon van Folkert, Meine,  een  oproep op internet geplaatst voor informatie over  zijn vader in IndiŽ. Door dit contact hebben we Meine de roze brief  van zijn vader Folkert kunnen sturen en hij was hier zeer content mee en reageerde als volgt: "Je leest een brief van je vader uit de tijd dat je zelf nog niet eens geboren was".  

Wie was deze Folkert de Witte?
Uit het wijkboek van Gaast weten we dat zijn vader  Meine, boer in Gaast was op de boerderij van opa  Lambertus met dorpsnummer Gaast 6, dat is nu de  boerderij van Jellema aan de Boerestreek voor  Fokkemaoord. Meine de Witte, geboren in Gaast  op 15 april 1892, trouwde in mei 1918 met Hittje  Folkertsma, geboren 4 augustus 1895 te Gaast.  Meine kwam toen van Dronrijp. De schuur aan de  overkant van de Gaaster vaart was ook van Meine  en deze stond op de plaats waar vroeger de  boerderij was van de familie Polder. In het artikel  over Susanna Polder leest u hier meer over. 

  • De huwelijksacte van de gemeente Wonseradeel,  20 april 1918, vertelt ons het volgende:
    Bruidegom: Meine de Witte, oud 26 jaar, geboren te  Gaast         
    Vader: Lambartus de Witte     
    Moeder: Sytske de Vries          
    Bruid: Hittje Folkertsma, oud 22 jaar, geboren  te Gaast         
    Vader: Folkert Folkertsma     
    Moeder: Hiltje Tijsma
     
  • Meine en Hittje kregen 7 kinderen:
    Lambertus, geboren 6 maart 1919 te Gaast
    Folkert, geboren 30 augustus 1921 te Gaast
    Auke, geboren 18 december 1923 te Gaast
    Sipke, geboren 24 december 1924 te Gaast
    Sietze, geboren 22 februari 1926 te Gaast
    Broer, geboren 16 april 1929 te Gaast
    Heino Lamberta (roepnaam Johanna), geboren 19  juni 1930 te Gaast, als enige dochter. 

Vader Meine is twee weken voor de geboorte van  zijn dochter Johanna plotseling overleden, 9 juni  1930. Dit was voor het gezin een groot drama. De  kinderen waren  jong en de familie moest de  boerderij verlaten. Ze kregen in Gaast een woning  van de diaconie naast het oude schooltje bij het  kerkhof.  Auke en Johanna werden  tijdelijk bij  familie ondergebracht.  


Een foto van Folkert uit het Gaaster Dorpsboek  (blz.96) en dat van Ferwoude (blz.26)  als lid van de  Hervormde jongelings- en meisjesvereniging op het  jaarfeest in maart 1938. We komen niet meer  IndiŽgangers op deze foto tegen.

Folkert is overleden in Drachten , 1 oktober 1984,  op de leeftijd van 63 jaar en begraven op de  Zuiderbegraafplaats aldaar.  

In de Leeuwarder Courant van 3 oktober 1984  staat de volgende advertentie: 
Met leedwezen hebben we kennis genomen van  het overlijden, op 1 oktober jl., van onze  medewerker de heer Folkert de Witte sedert 29  augustus 1948 bij ons bedrijf werkzaam, laatstelijk  op de standplaats te Drachten.  Aan de nabestaanden willen wij langs deze weg  onze deelneming betuigen. Directie en personeel Fram NV Heerenveen. 

 
Uit de oproep van zijn zoon Meine weten we dat hij  als Chauffeur Verbinding bij de Staf Compagnie 1-9  RI, Bataljon Friesland heeft gediend. Blijkbaar was  hij een goed chauffeur en is als buschauffeur bij de  Fram in dienst gekomen na zijn terugkeer uit IndiŽ. 
  • Welke Gaasters gingen nog meer naar IndiŽ:
    Uit de rij van vrijwilligers uit Gaast, die naar IndiŽ  afreisden, lezen we dat de broers van FolkertAuke, Sipke en Sytse ook zijn meegegaan.

    De andere IndiŽgangers:
     
    ē Dooitze A. de Boer, geboren 14 augustus  1927, zoon van Anne en Broerkje de Boer. De  andere familieleden zijn: Douwe,   Durk, Klaas,  Lijcheltje en Melle. Dooitze is vele jaren bakker in  Gaast geweest.
    ē Johannes D. de Boer, geboren 24 juni  1925, zoon van Dooitze en Berber de Boer. De  andere familieleden zijn: Douwe, Tjitske, Melle en  Klaaske. Werkzaam bij Nooitgedagt IJlst.
    ē Jarig Bijlsma, geboren 5 april 1927, zoon  van Joost en Jitske Bijlsma. De andere familieleden  zijn: Gabesche, Jelle, Johannes en Grietje. Als  timmerman heeft Jarig bij Draaisma in Makkum gewerkt. 
    ē Willem J. Hengst, geboren 29 juli 1920,  zoon van Johannes en Jacoba Hengst. De andere  familieleden zijn: Tjerk, Trijntje, Elisabethus en  Luitjen. Willem was slager in Irnsum.
    ē Jochum D. Smink. Zoon van Durk Smink,  geb. 14 aug. 1900  en vertrokken naar Workum.  Ze woonden aan de zeedijk tussen Ferwoude en  Workum. Jochum werd na zijn terugkeer elektricien.
    ē Oene Oenema, geboren 18 augustus  1927, zoon van Jochum en Margje Oenema. Oene  is na terugkomst in Nederland beroepsmilitair  geworden. De andere gezinsleden zijn: Jochum,  Mintje en Wietsche 

Op internet, bij Tresoar en het Vergeten Leger,   vinden we uitleg over deze geschiedenis in IndiŽ.
Tevens  geeft het gedenkboek ďFriesland was hierĒ en de  bataljonskrant ďUs PompeblÍdĒ de nodige  informatie.
 


Nederlands-IndiŽ (1945-1949)
Op 15 augustus 1945 capituleerde Japan. Hiermee  kwam ook in AziŽ een einde aan de Tweede  Wereldoorlog. In de periode na 1945 werd door de  Indische bevolking gestreden voor een  onafhankelijk IndonesiŽ. Zij wilden niet dat het  Nederlandse bestuur terugkeerde. Maar de  Nederlandse regering hield voet bij stuk en wilde  IndiŽ niet opgeven. Dit leidde tot  gewelddadigheden. Er werden veel Nederlandse  soldaten naar het strijdtoneel gebracht om de  opstanden te onderdrukken. In de vier en een half  jaar na de Tweede Wereldoorlog werd hevig  gevochten met een onafhankelijk IndonesiŽ als  resultaat. Het Nederlandse leger bestond uit diverse  onderdelen. Eťn van die legeronderdelen werd  gevormd door het Bataljon Friesland.

Bataljon Friesland
Prins Bernhard sprak na de bevrijding van  Friesland, in april 1945, in hotel De Klanderij in  Leeuwarden. Hij vroeg hoeveel Friezen bereid  waren om de vooroorlogse situatie in Nederlands- IndiŽ te herstellen. Met ingang van 16 september  1945 werd het eerste bataljon van het negende  Regiment Infanterie (1-9 R.I.) gevormd door  Binnenlandse Strijdkrachten uit de provincie  Friesland. Majoor E. Wiersma kreeg de taak de  soldaten op te leiden. Na een intensieve training  vertrok het bataljon in november met de "Johan  van Oldebarneveld" naar IndiŽ. Dankzij enige  lessen in het Maleis konden de soldaten zich  redelijk uitdrukken op Malakka waar nog een  'tropentraining' gehouden werd. De teamgeest en  het enthousiasme om in IndiŽ aan te komen werden  sterker naarmatee het bataljon langer bijeen was.  

Op 16 september 1945 werd te Fochteloo het OVW  bataljon 1-9 R.I. opgericht uit personeel van de  voormalige BS Gewest Friesland. Bij de oprichting  werden de rood/wit/blauwe geweven armbandjes  FRIESLAND ingevoerd, dat reeds door de BS op de  overall werd gedragen en vervolgens door het  bataljon werd overgenomen. Er is daardoor ook  nooit behoefte geweest aan een bataljonsembleem. 

In chronologisch volgorde de gebeurtenissen:
Opgericht:                            19 sept. 1945 te  Fochteloo
Vertrek uit Engeland:             8 nov. 1945 te  Wokingham
Vertrek naar IndiŽ:                25 nov. 1945 met de  ĎJohan van Oldebarneveldt
Aankomst op Malakka:           29 dec 1945 in Ipoh
Aankomst in IndiŽ:                 29 maart in Batavia
Daarna onderdeel van:           T.T.C. West-Java,  T.T.C. Midden-Sumatra
Ingedeeld bij:                        V-brigade (B-divisie)
Actiegebied:                          Tjimahi,  Bandoeng, Poerbalingga e.o.
Commandant:                        Res. Lt.Kol E. Wiersma
Gerepatrieerd:                       18 juni 1948 met de  ďZuiderkruisĒ
Aankomst Rotterdam:             14 juli 1948
Omgekomen:                         29 man. Op  onderstaande gedenkplaat staan 30 namen. 


OVW-bataljon 1-9 RI is voortgekomen uit de  Binnenlandse Strijdkrachten van Friesland. De V- Brigade nam de sector Bandoeng over van de  Britse 49e Indian Brigade.
 
    Blad van Bataljon ďFrieslandĒ  (1-9 R.I.)
1947 Ė mei 1948, Bandoeng,  tweewekelijks. 

De taak begint
De voornaamste taak van het Nederlandse leger  en dus ook van het Bataljon Friesland was het  herstellen van 'orde en rust'. Het lukte vrij aardig  alle vormen van tegenwerking en opstand te  bestrijden. Eind maart 1947 waren alle  legeronderdelen van de "V-Brigade" gelegerd in het  stadsgebied van Bandoeng. Het was echter een  ander Bandoeng dan een jaar geleden, want er  waren, zoals in dagboeken te lezen staat, veel  meer uitgaansmogelijkheden dan voorheen.  Hiervan werd gretig gebruik gemaakt, omdat er een  periode van veel rust en vrije tijd aanbrak. Er  vonden echter wel oefeningen plaats voor het  geval dat ingrijpen noodzakelijk bleek. 

Opnieuw actie?
In juni 1947 begon de spanning toe te nemen.  Soldaten voelden dat er iets stond te gebeuren.  Werd het terugkeer naar Nederland of werd het  actie? Het laatste bleek het geval te zijn en wel op  21 juli 1947. De Bandoengse bevolking nam  hartroerend afscheid van het I-9 R.I. De  Nederlandse regering besloot via de zogenaamde  politionele actie een einde te maken aan alle  vormen van verzet tegen het Nederlandse bestuur.  Bataljon Friesland kreeg de opdracht naar  Poerbalingga te trekken. De vijandelijke tegenstand  werd snel gebroken, maar de vernielde wegen en  bruggen vormden wel een groot probleem voor de  colonne. Op 4 augustus werd het sein gegeven de  actie te staken. Aan de eigen kant was tijdens de  politionele actie slechts ťťn gewonde gevallen,  terwijl aan Indonesische zijde honderden doden te  betreuren waren.

Naar Poerbalingga
Poerbalingga werd de nieuwe legerplaats. Het was  ook de verblijfplaats voordat het 'staakt-het-vuren'  op 4 augustus werd afgekondigd. Meteen werd er  gepatrouilleerd. Versperringen en vernielingen,  veroorzaakt door Indonesische vrijheidsstrijders,  vormden in de komende weken de grootste  problemen. Het was zaak de veiligheid van alles en  iedereen te garanderen. Daarom moest er intensief  gepatrouilleerd worden. De begin maanden van  1948 verliepen rustig. Dit kwam ook, omdat op 17  januari een nieuwe bestandsovereenkomst werd  getekend. 

Overdracht en demobilisatie
Op 27 april 1948 werd het Bataljon Friesland  ontbonden. De bevolking van Poerbalingga zorgde  voor een groots afscheidsfeest. Er waren veel  soldaten van Bataljon Friesland die in Nederlands- IndiŽ gedemobiliseerd wensten te worden. Anderen  gaven er de voorkeur aan een andere functie te  bekleden en de rest ging met de "Zuiderkruis" terug  naar Nederland. Hier werden ze op 14 juli 1948  door een enthousiaste menigte ontvangen. Op 16  augustus werd het Bataljon Friesland ontbonden en  keerde iedere IndiŽganger terug in het dagelijkse  leven.  


Enkele foto's behorende bij genoemde gebeurtenissen.

  

Afscheidsparade op het Zaailand te Leeuwarden,  26 oktober 1945.



Door het Suez-kanaal. 

   

Landschap in IndiŽ 

Afscheid van de doden
op het
Ereveld
van 1-9 RI 


De roze brief van Folkert aan meester Bakker in  Gaast.

De met de hand geschreven brief van Folkert is letterlijk overgenomen en geeft een indruk van zijn belevenissen en verlangens en zijn toekomst in IndiŽ. Deze brief is gedateerd op 11 maart 1946 toen de soldaten op Malakka waren en nog niet in IndiŽ. Ze bivakkeerden in de binnenlanden van Malakka.

                                    Onderstaande foto, van het internet, laat een deel van het kampement zien.
 
                     


                                                                                                                         Tigerlanekamp 11 Maart 1946

Geachte Meester,

                                                           Vandaag ontving ik Uw brief met de revue er bij ingesloten waarvoor mijn hartelijke dank. Zoals U wel zult begrijpen had ik al een tijdje naar een brief uitgezien, daar er al een aardig tijdje over verlopen was, maar ja het duurt nou eenmaal lang hť. Nou, het was een verrassing voor mij dat ik die revue kreeg, eerlijk gezegd had ik het niet verwacht daar er bijna niets verzonden mag worden, maar zo kan het toch. Ja, de roem van Gaast is reeds doorgedrongen tot de tropen, ik heb er tenminste al verscheidene jongens over gehoord. ít is jammer meester dat we het niet meer meegemaakt hebben, maar efin we kunnen er ons nu toch een beeld van vormen. ít Zou de moeite waard zijn als U een opvoering kon geven voor ons bataljon, maar ja, Malakka ligt nu eenmaal niet om de hoek van de deur, en het beste is dat U maar wacht tot er een atoom racket is uitgevonden, die in ťťn dag heen en terug kan. Het is inderdaad een pracht succes voor U geworden meester, en ik had niet gedacht dat Gaast nog eens zo beroemd zou worden, jullie hebben zo tenminste eer van al het werk, want ik denk dat er wel wat bij te kijken komt, maar dat weegt dan ook weer ruimschoots op tegen het succes, ik hoop een ding, dat is als we terugkomen jullie nog draaien dan kunnen wij ook nog eens mee genieten.
Nou anders is ít in Gaast nog hetzelfde leventje hť, en dat zal ook wel zo blijven denk ik, ik ben wel eens bang dat als we straks terugkomen het wel eens te klein voor mij kan zijn en ik hoop mijn leven er ook niet te verslijten, en ik denk dat er zulken wel meer zullen zijn, er is dan ook niets te beleven hť en als je zelf niet wat leven in de brouwerij brengt dan is  ít ook helemaal niets, en toch, ondanks dat alles is het ook altijd weer Gaast dat je in de herrinnering zweeft, daar waar je thuis he vrienden en bekenden zijn, waar we de laatste jaren zoveel hebben beleefd met elkaar, en waar we ook de vreugden meegemaakt hebben, en ik zou best eens weer een weekend zillen doorbrengen in mijn geboorteplaats, en wat dat betreft is Sipke gelukkiger, die ziet zo nu en dan nog eens thuis, maar enfin, een paar jaartjes zijn weer vlug om, en ít is best uit te houden hier, we hebben hier nu ongeveer 2Ĺ maand gezeten, en ít zal de langste tijd wel geweest zijn, want zoals het nu staat gaan we deze week nog weg, onze kwartiermakers zijn in ieder geval al naar IndiŽ vertrokken, waarheen dat is nog onbekend, de geruchten gaan dat het Soerabaja zal zijn maar vast is ít nog niet, nou wat eerder wat liever, het verveeld hier ook al weer en we zijn zo zoetjesaan ook uitgetraind, en dan hebben we tenminste ons einddoel bereikt, waar we tenslotte voor gegaan zijn, de moed zit er ondanks alle tegenslagen nog in, er wordt natuurlijk wel eens gekankerd, maar dat doet een goede Nederlandsche soldaat altijd, maar de stemming is opperbest en er wordt vol verlangen uitgezien naar het ogenblik waarop onze wensen in vervulling zullen gaan en ons idiaal verwezenlijkt zullen worden. We zullen natuurlijk altijd het gastvrije Malakka in gedachten houden, en ik denk dat ook de mensen hier de Hollandsche soldaten niet spoedig zullen vergeten, want ze zijn gek met onze jongens hier, ze hebben ons veel liever dan de Engelsen, en als we straks in IndiŽ ook deze houding aannemen tegenover de bevolking dan bereiken we ook  zonder schieten nog veel, ja misschien veel meer dan met geweld.

Auke en Willem liggen op ít ogenblik beide in ít ziekenhuis zoals U misschien wel zult weten, en ze zullen ons wel achterna komen denk ik, als we tenminste spoedig vertrekken, Ďt is wel beroerd voor de jongens maar enfin ze komen wel en ze zijn er nog al gemoedelijk onder, het vervelenste is dat ze zo lang moeten liggen. Nou meester, ik heb nu een beetje in ít algemeen geschreven, maar nu zal ik proberen om Uw vragen zo goed mogelijk te beantwoorden.

Om nu precies onze eerste indruk weer te geven dat is wel een moeilijk ding en moet eigenlijk door je zelf beleefd zijn, wel kan ik zeggen dat we met verwondering en verbazing zagen naar deze natuurpracht, dat eigenlijk al bij Gibraltar begon en langzaam overvloeit naar de echte tropen, en als je er een poosje bent geweest dan aanvaar je het ook al weer als iets normaals, al blijft het altijd vreemd, ít is zo gehaal anders dan bij ons in ít koele Friesland en vooral die avonden dat heb je bij ons niet, 7 uur dan is het donker en dan zie je die heldere sterrenhemel en verder die doodse stilte alleen onderbroken door het gepiep der krekels en als je er lang en ingespannen naar luistert dan zwelt het aan tot een heidens kabaal, zoín tropennacht moet je geweldig aan wennen en in ít eerst dan heeft het iets drukkends als je daar zo tussen de bergen en de bossen staat, maar verder kun je intens genieten van de schone pracht die een tropennacht  je bied, zo heerlijk koel en dan die lucht van de eeuwig groene bomen en bloemen, dit moest eigenlijk ieder mens kunnen meemaken meester om te zien hoe prachtig Gods schepping is, mar dat is nou eenmaal niet voor iedereen weggelegd. Nou en die temperatuur was eerst wat ongewoon en de een die kon er ook beter over dan de ander en er zijn er ook die er helemaal niet over kunnen en terug moesten maar de meesten ging best en ít kwam ook geleidelijk van de ene kant en van de andere kant ook al weer snel, de Rode Zee was onze eerste kennismaking en dat is eigenaardig genoeg een van de warmste plaatsen en die 4 ŗ 5 dagen die we daar hebben omgedobberd zijn we aardig gewend, je zweette je natuurlijk aan water (en nu nog alle dagen maar daar blijf je juist fit van, je hebt hier natuurlijk veel vlugger wat dan in Holland, dat wil zeggen, zweren en zo omdat je bloed eerst nog kikkerbloed was, en er waren nogal eens een paar zieken en hoofdpijn, maar dat wordt zoetjesaan beter, de training vergde eerst nogal wat van ons, en er ging wel eens eentje tegen de vlakte door de inspanning maar dat nu ook O K.

Het wordt nu met de dag warmer omdat de regen nu ophoudt, de temperatuur is hier nu 85-90 graden maar stijgt tot 120 ļC. maar dan is het ook niet drukkend zoals het nu wel eens is door het vele vocht, dus dat zal ook wel weer gaan. Ja we zitten hier niet slecht al is het b.v. in Singapore nog veel koeler door de zee, maar we hebben hier bijna geen moerassen en daardoor ook weinig muskieten zodat we nog maar een stuk of 4 malariagevallen hebben, maar ja als we straks eens in Soerabaja komen dan wordt dat vast niet beter, dat staan bekent als ongezond door zijn vele moerassen en wat dat betreft gaan we er vast niet op vooruit en zullen dar ook wel meer zieken komen, maar dan hebben we geen training meer natuurlijk maar als ít daar werkelijkheid wordt en er moet nog geknokt worden, dan is dit nog maar kinderspel omdat je hier in dit terrein dat ook behoorlijk moeilijk is, toch nooit de werkelijkheid van een gevecht benaderd met zín vele ontberingen en dergelijke dingen maar enfin meester daar zullen we ook wel weer door komen, ít is ook maar net of hoe het daar verloopt.

Nou, de uitrusting daar zal ik niet te veel over schrijven, dat is in het nieuwe Ned. leger nog steeds een fiasco geweest, in Engeland zouden we toen nieuwe uniformen hebben die we lekker nooit gehad hebben, en hier hebben we een jasje, 2 lange broeken en 1 korte, thatís all, maar nu zullen we dan nog 2 nieuwe hebben zoals ít heet met een hoed, want een hoofddeksel hebben we ook nog niet gehad, ze hebben al zo vaak gezegd dat we wat zouden hebben dat steekt niet zo precies, normaal hebben ze hier 6 uniformen, maar enfin ít zal nog wel goed komen en de uniform doet het per slot van rekening ook niet, als de wapens maar goed zijn. ít Is hier nog oefenmateriaal maar we krijgen voordat we weg nog nieuw materiaal. We hebben de gewone geweercompagnieŽn en daarnaast de specialistencompagnie, uitgerust met carriŽrs en zware mortieren van 3 inch en zware p.a.o. 6 ponders, 4 per battaljon, deze zijn natuurlijk voor alle doeleinden geschikt en is zwaar gepantserd en wordt achter een auto meegenomen. ít Is vlakbaan en draagt een 5 kilometer. De mortieren is krombaan en draagt 3 kilometer en geeft alle soorten granaten af (snelvuur). Verder nog de Piat, ook voor pantser, ik denk dat u die wel zult kennen, ook een prachtwapen. Dan heeft iedere sectie de Bren, en per peleton een anderhalf inch mortier.  die ook door de pareschutisten werd gebruikt en die een paar kilometer draagt. Nou, dan is er het verbindingspeleton, radio en telefoonverbindingen waar ik bij geplaatst ben meteen als chauffeur op de radiowagen. Dit is een interessant werk, seinen en uitzenden per draadloze, enfin u hebt die Canadeesche wagens wel gezien en weet natuurlijk wel hoe dat in zín werk gaat.

Het soldy is ons tot nu toe niet meegevallen, we zouden kamptoelage en duurtetoelage hebben, maar nog nooit gezien natuurlijk, ik heb momenteel 40 gulden per maand, en dan nog kostwinnaarsvergoeding dat naar huis gaat maar nog nooit is aangekomen, nou u weet wel wat voor zaakje dat daar is in Holland en zult daar wel genoeg van gehoord hebben. Nou, je kunt hier niet met een dollar, ít is hier alles stinkend duur. Als je schrijfpapier koope ben je 2 gulden kwijt, nou dan weet u het wel, ik ga niet vaak naar de stad omdat daar niets te beleven is, maar er zijn er die er vaak komen en dansen en naar de bios, nou dan ben je ít in een week kwijt. Een fototoestel betaal je hier een 75 gulden voor, maar ik zal toch proberen er eentje te krijgen want daar heb je altijd wat aan, ik had nu wat fotoís besteld maar die zijn er jammer genoeg nog niet.


Nou, mijn Engels gaat best, je komt hier wel niet veel met de mensen in aanraking want je verstaat ze toch niet, maar wel spreek ik veel met Engelsen en Brits IndieŽrs en als ik terug kom dan ben ik  ít vast aardig machtig., ik heb nog steeds veel plezier van uw boek, en door de omgang met Engels sprekenden leer je ontzettend veel.


Ja, u plaatst mij nog voor een netelige vraag, en wel over de Jappen, ik zal proberen het uit te leggen maar veel zalít niet zijn meester, wij hebben de Duitse bezetting meegemaakt en als u dan bedenkt dat de Jappen nog veel wreder zijn, dan weet u wel genoeg. Als je ze zo ziet, dan zou je ít niet zeggen, ze buigen en kruipen voor de Europeanen maar achter die gemene spleetogen flikkert de haat tegen alles wat hen tegenwerkt. Waarom ze die mensen vermoorden?  Ja hoofdzaak uit wraak en ze lieten ze werken, heel gewoon doodwerken omdat ze wisten dat ze hen haatten, en ook omdat ze geen mentaliteit of gevoel hebben en met lachend gezicht iemand dood sloegen omdat ze daar plezier in hadden zij waren immers heer en meester en zij mochten doen wat ze wilden, en ze stampten er een naamloze angst en tevens een vreselijke haat in, wat voor hun ondergang werd net als met de moffen, en hier werd zwaar ondergronds gewerkt, nog meer dan bij ons, een klein voorbeeld te verduidelijking, we hebben op ít ogenblik bij ons in de tent een inlandsche jongen van 18 jaar, behoorlijk ontwikkeld, spreekt vloeiend Engels, Japans, Maleis, Chinees, dus wel bij, nou die werkt hier als opzichter in ít kamp, over de koelies, omdat hij ondergronds gewerkt had. Hij had zich ingewerkt bij de Jappen en hun vertrouwen gewonnen, en op een keer dat de heren feestelijk bijeen waren gooit hij er een handgranaat in, 20 doden, toen maakte hij hun wijs dat de Chinezen het gedaan hadden en hij vroeg om een revolver dan zou hij er achter aan, nou hij kreeg er eentje waar hij later weer Jappen mee schoot. Ze zijn fanatiek hier en als ze je tot vijand hebt dan ben je nog niet klaar, dat hebben de Jappen ondervonden, ze verdwenen bij 10tallen spoorloos, dus u begrijpt wat de ondergrondse hier verricht heeft, en hoe blij de mensen waren dat de Japs weg waren, efin we weten het zelf.


Er zitten hier veel communisten en dat er wat broeid hier geloof ik vast, maar ja waar is dat niet zo. ís Nachts zijn om ons kamp sterke patrouilles omdat er vaak in ons kamp geslopen wordt om wapens en vergelijke dingen te stelen en het terrein is er wel geschikt voor, en er wordt vaak geknalt ís nachts, ze zijn geweldig brutaal. ít Is jammer dat we ze niet te pakken kunnen krijgen.

Nou meester, ik ga er een punt aan draaien, ik heb al heel wat gepent, jullie hebben al aardig wat te roken hŤ, nou hier is ít ook weer O.K hoor, dat is weer in orde, ít is nog wel eens wat ongeregeld maar ít gaat toch wel. Ik hoor nu net dat er 2 groene uniformen per man zijn aangekomen we worden dus weer dandy. Meester ik hoop dat u deze brief in gezondheid ontvangt en u doet de groeten wel even in Gaast hŤ, vooral ook aan uw vrouw, en als u deze kant eens uitkomt dan bent u welkom. Met veel hartelijke groeten en een stevige poot van Uw toegenegen


Folkert

P.S.

Ook de hartelijke groeten van de andere bekenden in ít bijzonder van Han 


 

Links Folkert in tenue.

Rechts, rustpauze tijdens een actie tussen Bandoeng en Cheriban.


Tot slot van dit artikel een, van internet  overgenomen, kort verslag van 1-9 RI dat het  verblijf en gevechtshandelingen in IndiŽ beschrijft  tot de repatriŽring in 1948:

Het OVW-bataljon 1-9 RI is voortgekomen uit de  Binnenlandse Strijdkrachten van Friesland. Via  Engeland, waar het bataljon werd voorzien van de  noodzakelijke uitrusting, vertrok het bataljon naar  IndiŽ. Daar de bevelhebber van het South East  Asia Command (SEAC), de admiraal Mountbatten,  vanaf 2 november 1945 een landingsverbod op  Java en Sumatra voor Nederlandse troepen had  ingesteld werd er uitgeweken naar Malakka. Dit  verbod is in maart 1946 opgeheven. Eind maart  1946 debarkeerde het bataljon te Batavia. 

Op 10 april werd het verplaatst naar Tjimahi, waar  de V-Brigade de sector Bandoeng overnam van de  Britse 49e Indian Brigade. Een dag na aankomst  voerde het samen met Inf.V.KNIL de eerste actie uit  noord van Tjimahi. Hierna volgden meerdere acties  zoals op 6 juni een grote 'sweep' oost van  Bandoeng, op 17 juli een grote actie naar het  zuiden, gericht op TRI hoofdkwartieren te  Bandjaran en Soreang en in september wederom  een actie ten oosten van Bandoeng. Tevens werd  er veel gepatrouilleerd om het bezette gebied te  controleren. Op 28 maart 1947 was het bataljon  geconcentreerd in Bandoeng voor een intensieve  training voor taken in V-Brigade verband met  andere onderdelen zoals luchtmacht en huzaren. 

Op 22 juli 1947 begon voor het bataljon de 1e  politionele actie. Het bataljon was ingedeeld bij de  'Bliksembrigade'. Deze colonne met een lengte van  zo'n 70 km die samengesteld was uit ongeveer  1400 voertuigen bereikte aan het eind van de  eerste actiedag Lebakdjatie. De dag daarna  stormde de colonne via Soemedang, Kadipaten  naar Cheribon. De 4e cie zette de opmars door naar  Losari en Brebes. Op 27 juli, nadat Cheribon was  overgedragen aan de W-brigade, was het bataljon  geconcentreerd te Slawi voor de doorstoot naar het  zuiden over de goenoeng Slamet. Op 29 juli zette  de colonne de gewaagde opmars via Belik en  Bobotsari in naar Poerbalingga. Daar de V-brigade  marsvaardig moest blijven voor eventuele verdere  acties bleef het bataljon (minus de 3e cie gelegerd  te Poerwaredjo en het vliegveld Wirasaba)  geconcentreerd in Poerbalingga. Hierdoor kon de  omgeving niet gezuiverd worden. Maar eind  augustus trok het bataljon naar buiten en had  posten te Boekatedja, Bobotsari en Soekaredja. 

De komende tijd zou zeer zwaar worden en vele  acties werden gelopen zoals op 10 september de  herbezetting van Belik, 15/18 september actie  "West" richting Bandjar, 18 november actie richting  Bandjanegara. Eind 1947 kon de patrouille activiteit  verminderd worden. Na de wapenstilstand op 17  januari 1948 trad er een periode van rust in. Op 27  april werd het bataljon afgelost. Op 7 juni vertrok  het bataljon naar Batavia om te repatriŽren. 



Opmerking:
De informatie voor dit artikel komt voor  een groot deel van internet en van zoon Henk van  meester Bakker. Het wijkboek van de Ďoudeí  gemeente WŻnseradiel was een grote steun voor  namen en geboortedata. 


Index pagina

Vorige pagina

 

Histoarysk Wurkferb‚n WŻnseradiel