Benauwde tijden, Wons in oorlogstijd Histoarysk Wurkferbân Wûnseradiel

Benauwde tijden

Titel van een boekje over de belevenissen van
Jeltje Douwes Yntema, haar famile en kunde in en rond
Wons voor, tijdens en direct na de oorlog.

 

Mevr Jeltje Douwes Yntema, mem werd geboren op 21-9-1901 te Piaam Ze was  de enige dochter uit een gezin van vier kinderen.  Ze trouwde met Cornelis Elgersma op 9-5-1923, en  ze hebben gewoond in de Wonser Weren op de  boerderij waar nu G. Reinsma woont, van 1923 tot  12-5-1932. Daar zijn vier kinderen geboren: Jaits,  Willem, Tjettje en Griet.  Tjettje is daar overleden op de aanvallige leeftijd  van drie jaar, op 29-9-1931. Daarna zijn Heit en Mem Elgersma met de kinderen  verhuisd naar de boerderij – Oude Schoolpad 1.  Toen was het Wons nummer 29.

Mem heeft daar een druk leven gehad, en daar zijn  nog zes kinderen geboren;Douwe Tjettje, Joukje,  Sjouke, Anne en Akke. Door haar astma kwam ze niet veel naar buiten. Ze  moest noodgedwongen binnen blijven.

Douwe Elgersma.


  

Mevrouw J. Elgersma-Yntema schreef na de oorlog   een brief aan "tante” Akke en "oom" Jelle in  Amerika. Akke was een zuster van Cornelis  Elgersma en getrouwd met Jelles Aukema. Ze zijn  beiden al gestorven.

De Titel: "Benauwde tijden" We hebben gemeend dit geschriftje deze titel mee  te geven, omdat het voor de schrijfster "benauwde  Tijden” waren, letterlijk en figuurlijk. De  benauwdheid voor de onberekenbare vijand(en), en de benauwdheid als de astma haar bestaan  verlamde…. 

Het volledige verhaal komt beschikbaar als pdf document.

Het boekje, oorspronkelijk een brief geeft een beeld van de periode rond de tweede wereldoorlog. Het fraaie aan dit werkje is, dat mevrouw Jeltje Yntema de moeite heeft genomen om de voor haar belangrijke gebeurtenissen ten aanzien van personen in de brief op te nemen.

Douwe Elgersma heeft de tekst voorzien van een nummering en heeft een legenda toegevoegd. De brief wordt abrupt afgebroken, omdat zo lezen we van de hand van Douwe Elgersma het schrift vol was. Het wordt niet helemaal duidelijk, of dit schrift een kladversie is geweest, of....

Mogelijk worden we op termijn wijzer naar aanleiding van deze publicatie hoe de steel precies in vork steekt, maar vooreerst gebruik ik dit boekje om een beeld te krijgen van Wons in de Tweede Wereldoorlog vanuit verschillende perspectieven.

Hoe was Nederland voorbereid op een eventuele oorlog

In 1933 komt Hitler aan de macht in Duitsland. Hitler wil van Europa één groot Duits rijk maken. In 1938 valt hij Oostenrijk binnen, in 1939 Polen en Tsjecho-Slowakije. In 1940 worden Denemarken en Noorwegen door het Duitse leger veroverd. Nederland is al meer dan 100 jaar niet in oorlog geweest. En eigenlijk verwacht niemand dat er ooit nog oorlog zal komen. Maar op 10 mei 1940 vallen Duitse troepen ook Nederland binnen. Ze veroveren al snel een groot gedeelte van ons land. Maar de Nederlandse soldaten vechten terug. Daardoor gaat de verovering niet zo snel als de Duitsers willen. Bij een aanval op Den Haag worden veel Duitse vliegtuigen neergeschoten. De Duitsers hebben deze tegenstand niet verwacht

bron: Educatie 1940

   

Verdedigingswerk en de innudatie ten zuid-oosten van Wons

  

De Wonsstelling in Noord Nederland was een laatste verdedigingswerk voor de Afsluitdijk, die moest voorkomen, dat vijandelijke troepen deze dijk zouden kunnen innemen en tevens diende om de weg vrij te houden voor de eigen troepen bij een eventuele terugtocht.

Uit de tekst in het kader links blijkt wel, dat Nederland lange tijd dacht dat men opnieuw de neutraliteit zou kunnen handhaven. De Wonsstelling, onderdeel van de 'Vesting Holland' was één van de nieuwste verdedigingswerken, maar alles behalve af.

Pas tijdens de mobilisatie was men begonnen met de aanleg en die bestond voornamelijk uit veld versterkingen van hout en aarde. Er waren geen loopgraven en de bedoelde betonkazematten konden niet worden gerealiseerd vanwege de bodemstructuur en het hoge grondwater. Nog in begin mei 1940 werd het bestek teruggestuurd om nieuwe funderingen te ontwerpen.

Het moge duidelijk zijn, de Wonsstelling was er wel, maar was nauwelijks op zijn taak berekent.

 

 

‘t Was op een mooie dag in het laatst van augustus  dat er in het dorp aangeplakt stond: "Algehele  mobilisatie van  het Nederlandse leger". En een  oproep om met de paarden ter keuring te komen. Het was een donkere dreigende toekomst, want we  wisten allen wel dat de Duitsers niets en niemand  zouden ontzien om hun plannen ten uitvoer  te  brengen. Des anderen morgens nog vroeg zagen we onze  mannen gezakt en gepakt vertrekken, een  onbekende toekomst tegemoet. Ook wij moesten  met onze paarden naar Witmarsum, 't Was een  wonderschone morgen en ‘t was net of ze ten  strijde trokken, al die paarden op de weg. We waren 's morgens met Bijbellezen gekomen tol  Matheus 24, waar ook staat: "Wees niet verschrikt,  want al deze dingen moeten geschieden en nog is  het einde niet". En vol vertrouwen op Gods Woord  gingen we zo de toekomst  tegemoet. 

Uit benauwde tijden door Jeltje Douwes Elgersma-Yntema

Algehele mobilisatie


Het leger roept de lichtingen van 1924 tot en met  1939 op tot paraatheid. Het leger bereikt een  sterkte van 280.000 man. Luitenant-generaal I.H.  Reijnders wordt benoemd tot opperbevelhebber  van de strijdkrachten. 

Op 28 augustus '39 besluit de regering tot een algehele mobilisatie. Twee dagen eerder hadden de Belgen ook de algehele mobilisatie bevolen. België, wel betrokken bij de Eerste Wereldoorlog had 600.000 man onder de wapenen. En ondanks dat Nederland nog steeds niet echt geloofde dat de oorlog er zou komen ging de mobilisatie redelijk soepel. Op 3 september hadden de Nederlandse troepen hun bestemmingen bereikt. In het verslag van de Leeuwarder Courant van 19 augustus '39 wordt een beeld geschetst van de gebeurtenissen rond het station. De schrijver van het artikel schets het beeld, maar van een koortsachtige spanning is blijkbaar in het geheel geen sprake. Het requireeren van motorvoertuigen en ook paarden verliep blijkbaar gelaten en de journalist is zelfs van mening, dat de verzamelde paarden leek op een paarde(n)markt in optima forma. Nu ruim zeventig jaar later komt het verslag op zijn zachts gezegd onderkoeld over(1). In Wons ging het als volgt....

Enkele dagen later, 2 september, 't was op een  zaterdag, kregen we inkwartiering van ongeveer 50  man. Toen was het net of ons leven omgekeerd  werd, Van je anders zo rustige vrije boerenleven  was niets meer over. De schuur en de stal en het  erf,  ’t was alles een grote rommel, en in je keuken  en kamer was je geen minuut veilig. We kregen een  Sergeant-majoor in huis, die niet een beste was.  Vloeken dat hij deed!  En na enkele dagen ging hij  met een meisje uit, terwijl hij getrouwd was en vijf  kinderen had. Je begrijpt dat voor ons de  aardigheid er toen afwas, en omdat het niet  verplicht was, hebben we gezegd dat hij om ander  onderdak moest zien. We waren hem toen na drie  weken kwijt. Maar er waren gelukkig ook nog anderen.  Eenvoudige jongens, die altijd hun beginsel hoog  hebben gehouden. We hadden ongeveer 300 man  in het dorp, waaronder 70 Gereformeerden zodat  we zondags de kerk vol hadden. En ook met het  Avondmaal waren het allemaal militaire pakjes, wat  je toch ook wel goed deed. Tot ongeveer half  december hebben we ze in huis gehad en toen zijn  ze in barakken gekomen. Vanaf november zijn ze bij de burgers onder dak  gebracht, omdat het in de schuren te koud werd.  Wij hebben toen 13 overgehouden. 

Uit benauwde tijden door Jeltje Douwes Elgersma-Yntema

Voor de inwoners van Wons was het feitelijk een hele 'happening'. Het, zoals mevrouw Jeltje Douwes Elgersma-Yntema schrijft, normaliter zo rustige vrije boereleven, had plaats gemaakt voor één en al hektiek. En ondanks de innudatie in november en het verder aanbrengen van wegversperringen en andere obstakels was men nog niet echt er van overtuigd, dat de oorlog op het punt van beginnen stond. De winter van '39-'40 was een echte winter. Sneeuwwallen van meters hoog. Autowegen over een bevroren IJsselmeer. Twee maanden lang ijs! Schaatsen van Andijk naar Stavoren. Vingers, oren en tenen die massaal geamputeerd werden. Waddeneilanden en complete landstreken voor weken onbereikbaar. Dat was de winter van 1940. En, o, ja, er was ook nog een Elfstedentocht…

Terwijl in Duitsland  Generaloberst Kurt Student zijn troepen drilden en perfectioneerden voor de komende Blitzkrieg op Nederland, dachten ze in Friesland maar aan één ding: de Elfstedentocht. Op maandag 29 januari was het zover. Meer dan drieduizend Friezen en Hollanders hadden zich in de Leeuwardense Harmonie gemeld.  Met acht graden vorst en een  snijdende noordoosten wind werd de meute om vijf uur in de morgen losgelaten. (2). Een kleine veertien dagen eerder had Kapitein v.d. Kruk, van de mitrailleurcompagnie op Hayum en Gooyem, met zijn manschappen deelgenomen aan de elfmerentocht op zaterdag 13 januari. Ze hadden dermate genoten van het gebodene, dat de kapitein in een toespraak niets dan lof over Friesland en de Friezen uitstrooide en dat hij er op vertroude, dat 'zolang de mobilisatie hen in Wons gevangen zou houden' , dit prettige contact zo zou blijven.(3).

De stelling Wons werd bemand met vier compagnieën van elk 125 à 150 man. Op de noordelijk punt bij Zurich was het bevel in handen van Luitenant Horsting. Kapitein van der Kruk voerde het bevel bij Hayum en Gooyem. In Wons was Reserve Kapitein P van der Linde de bevelvoerder en op de zuidelijke punt in Makkum Kapitein Mars. Het noorden van Nederland was voor de verdediging van het Land totaal onbelangrijk. Territoriaal Bevelhebber Friesland Kolonel Veenbaas geeft in de ochtend van 10 mei rond half elf al opdracht aan zijn in Groningen, Drente en Friesland gelegerde troepen zich terug te trekken op de Wonsstelling. Dit geschiede met een voortvarendheid die door de Duitse aanvallers niet bleek bij te benen. Bovendien werden door de terugtrekkende Nederlandse militairen de wildste verhalen verteld over de verschrikkingen aan het front. De meesten hadden evenwel geen enkel gevechtshandeling meegemaakt. Toch had dit wel zijn weerslag op de troepen in de wonsstelling. Er ontstaat een complete wanorde. Vanuit Makkum werden de terug trekkende eigen troepen meermalen onder vuur genomen. Als op 12 mei de aanval op de wonsstelling begint met een artilleriebeschieting door de Duitsers capituleren de verdedigers bij Hayum en Gooyum al na een eerste treffer.. Ook de stelling bij Zurich trekt zich zonder slag of stoot terug op de Afsluitdijk. En in Makkum scheept men zich in om via het IJsselmeer naar Holland terug te trekken(vluchten). Reserve Kapitein van der Linde met zijn manschappen voeren wel een verbeten strijd. Zeer tegen de zin van de Kapitein in moeten zij zich in de namiddag terug trekken op Makkum, om vandaaruit naar Holland te vertrekken. Aangekomen in Makkum blijken alle schepen, ook de voor hen gereserveerde, reeds te zijn vertrokken. Er reste hen niets anders meer dan de overgave.(4)

13 Mei. Later, toen het even stil werd, om 12 uur ongeveer hebben we gauw wat  rijstebrij opgegeten; We waren net met opruimen klaar of daar begon het vliegtuigen weer, en schieten met granaten! Dus weer in de kelder, ik had daarvan alles wat ingebracht; wat eten en drinken, dekens, een paar bakjes met een plank om op te zitten, een waxinelichtje, en de pot niet te vergeten, en een tas met zalf en lappen en veiligheidsspelden, klosjes garen, elastiek en al die dingen, want je wist niet wat er gebeuren kon... Cornelis heeft met Willem(2) haast altijd buiten rond gelopen, en kon zodoende alles zien. Totdat er een granaat voor in de bomen kwam en de ruiten eruit vlogen, Toen zijn ze bij ons in de kelder gekomen.
Ondertussen stonden er boerderijen in brand, wat wel een angstige gedachte was! Je wist natuurlijk niet wat er met ons gebeuren zou. Maar gelukkig zijn we daar voor bewaard gebleven, want waar moesten we dan heen? Van voren was het allemaal water, en achter ons dreigde het oorlogsgeweld. We hebben veel gebeden die dagen en daarin onze hulp en verwachting gezocht, en we zijn niet beschaamd uitgekomen. Na een paar uur van spanning en zorg hoorden we opeens de soldaten roepen: "Vlucht! Vlucht!" Cornelis en ik stonden juist even in de keuken uit het venster te kijken (toen ze bij ons over het erf vluchtten, sommigen tot aan de knieën in het water. Het schieten hield toen op, wat wel een verademing was, vooral voor de kinderen, Maar wat krijgen we nu?! dachten we natuurlijk. De vijand in plaats van de eigen mannen. Het duurde dan ook niet lang, of je zag ze al door de steeg komen met de helm op en het geweer in aanslag, en het werd je koud om het hart. Wat zou er van ons worden, en wat zou ervan onze geestelijke vrijheid overblijven? Het waren allemaal vragen waar we geen antwoord op kregen. Maar dat we niet veel goeds hadden te verwachten, hadden we wel begrepen...

Uit benauwde tijden door Jeltje Douwes Elgersma-Yntema

 

 

Bronnen
1. DE EERSTE MOBILISATIEDAG 29-08-1939 Leeuwarder Courant
2. http://stuyfssportverhalen.wordpress.com/2010/12/25/dat-was-dus-de-winter-van-1940/
3. Verslag van de wal. LC 15-01-1940
4. Ton Wientjes - http://www.wientjes.nl

Index pagina

Vorige pagina

 

Histoarysk Wurkferbân Wûnseradiel